Overal waar ik kwam, liet ik een stukje van mezelf achter. Op alle stranden, in alle dorpen, in luchthavens en in winkels. Tijdens lange reizen naar ander continenten. Tijdens korte tripjes naar onze Noordzee. Overal verloor ik een klein stukje van m’n hart.
Aan iedereen die ik ontmoette gaf ik een stukje van mezelf. Een stukje van m’n hart.
De juf in de lagere school, de buurmeisjes van vroeger. Vriendinnen, vrienden, zelfs vreemden. Sommigen droegen er zorg voor. Voor dat stukje hart van me. Alsof het een klein en waardevol goudklompje was. Anderen negeerden het, lieten het vallen, vertrappelden het. Misschien onbewust. Soms bewust.
In ruil voor dat stukje kwam er een herinnering in de plaats. Van plakkerige zomeravonden. Of lange wandelingen. Van lachen tot ik buikpijn had. Of huilen tot m’n tranen op waren. herinneringen aan troost. Aan steun. Aan licht en lucht. Maar ook wel wat aan verdriet of angst. Een minderheid. De meeste herinneringen zijn warm.
Ze maken tot wat ik ben. Toen. Nu. Volgend jaar.
Bijna elf jaar geleden verloor ik meer. M’n hele hart.
En hoewel ik niet altijd de gemakkelijkste ben, blijf je er zorg voor dragen.
Met geduld.
Met liefde.
Alsof het een goudklompje is.
En ja, het is melig. Klef.
Het is Valentijn. Fokit. Get over it.
Ik wil gewoon zeggen
dat ik u graag zie.

0 reacties